Door een groenbedekker na het hoofdgewas te telen wordt stikstofuitspoeling voorkomen. Gele mosterd heeft in de lichte gronden een vastlegging van 75 – 95 kg stikstof per hectare; in de iets zwaardere gronden varieert dit van 120 tot 160 kg stikstof per hectare. Bladrammenas heeft nog een veel groter potentieel inzake stikstofvastlegging bovengronds van 90 tot 120 kg stikstof per hectare op de lichtere gronden; op de zwaardere gronden van 200 tot 240 kg per hectare.
Na vroege consumptieaardappelen en pootaardappelen kunnen gele mosterd, bladrammenas, Italiaans en Westerwolds raaigras worden uitgezaaid. Na maïs en late aardappelen kunnen nog grassen, winterrogge en winterwikken worden ingezaaid. In het daarop volgende jaar moet men bij de N-bemesting rekening houden met de vrijkomende N uit de groenbedekker. Zoniet, dan wordt niet bespaard op de N- bemesting, kan verbranding het gewas schaden en verhoogt de kans op N-uitspoeling. Van alle groenbedekkers beperkt gras het best de N-uitspoeling, doordat het zowel vóór als na de winter stikstof opneemt. De totale bovengrondse N-opname door het gras is iets lager dan bij mosterd, doordat gras minder snel groeit dan mosterd.